tel
BuitenVitaal
home   /   nieuws__en__wetenschap  /   wetenschap  /   promotie_succes_van_zorglandbouw

Succes van zorglandbouw

Bron: 19-09-2017
Universiteit van Amsterdam
Wetenschapper  Dr. Ir. J. Hassink, Care and Urban Farming


Het is verrassend dat zorglandbouw zich zo snel kon ontwikkelen van 75 zorgboerderijen eind jaren 90 tot 1000 in 2015. Het succes waarmee de zorglandbouw in twintig jaar tijd is uitgegroeid tot een professionele en breed geaccepteerde zorgvorm met een jaaromzet van meer dan 100 miljoen Euro, is te danken aan de boeren zelf en aan de maatschappij waarin de zorglandbouw zich ontwikkelde. Dat blijkt uit onderzoek waarop Jan Hassink, zorglandbouw-expert bij Wageningen University & Research, op 19 september promoveert aan de Universiteit van Amsterdam. De ondernemers in de zorglandbouw hebben zich snel geprofessionaliseerd, vaak mede dankzij de binding die boerinnen al hadden met de zorg. Tegelijkertijd ontstond de vraag naar zorg die meer dan voorheen ingebed was in de maatschappij, iets wat de zorglandbouw bij uitstek kan bieden.

Jan Hassink is sinds het begin van de zorglandbouw, eind negentiger jaren van de vorige eeuw, met onderzoek betrokken bij ontwikkelingen in landbouw en zorg. Hassink promoveert op onderzoek waarbij hij succesfactoren van de zorglandbouw bestudeerde.

Het onderzoek van Hassink laat zien dat de zorglandbouw voor een belangrijk deel zélf heeft gezorgd voor het succes. Zo hebben de 1000 bedrijven in de zorglandbouw een hogere organisatiegraad dan de boeren die de keuze gemaakt hebben om hun boerenbedrijf op een andere manier te vernieuwen, bijvoorbeeld door recreatieve activiteiten op het bedrijf te ontplooien. In de zorglandbouw ontstonden al snel regionale organisaties waarin zorgboerderijen samenwerkten, wat grote voordelen had voor de communicatie en samenwerking met zorgverzekeraars. En er werd een nationaal steunpunt opgericht, wat enorm heeft bijgedragen aan het netwerk van zorgboerderijen en de onderlinge uitwisseling van kennis en ervaring.

De ondernemers in de zorglandbouw zorgden daarnaast al snel voor een kwaliteit-systeem, inclusief certificering. Zo’n certificeringsysteem is een voorwaarde om zorgboerderijen erkend te krijgen als zorgaanbieder. En die erkenning is noodzakelijk voor het sluiten van contracten met financiers in de zorg.

Veel startende zorgboerderijen hadden al een binding met de zorg. Vooral de boerinnen spraken vaak al de taal van de zorg, waardoor de samenwerking met andere zorgaanbieders en zorgverzekeraars makkelijk op gang kwam en vruchtbaar was.

Bij zijn onderzoek onder zorgboerderijen en financiers van zorg zag Hassink dat het de zorglandbouw ook om een andere reden goed ging. Hassink: “Vanaf 2005 trad er in de zorg een zekere liberalisering op, waarbij participatie en marktwerking meer dan voorheen belangrijk werden. Participatie zit bij de zorglandbouw ingebakken. En de relatief kleine zorglandbouw-ondernemingen zijn heel goed in vernieuwing en het inspelen op veranderingen in de markt. Zo zie je zorgboerderijen nu inspelen op nieuwe vragen naar combinaties van zorg met onderwijs en zorg met wonen. Daarnaast bieden zorgboerderijen een grote variatie aan zorg, voor een grote diversiteit aan doelgroepen. Dat is voor bijvoorbeeld gemeentes een enorm voordeel, omdat inwoners met heel verschillende zorgvragen en van heel verschillende leeftijden bij zorgboerderijen terecht kunnen.”

Hassink ziet dat zorgboerderijen dankzij hun flexibiliteit en ondernemerschap op allerlei manieren snel reageren op vragen uit de maatschappij en mede daardoor zelfs een voorloperrol krijgen binnen de zorg. De focus op de mogelijkheden van mensen, het onderdeel zijn van een gemeenschap, zinvolle concrete werkzaamheden, contact met dieren en de rust en ruimte die de groene omgeving biedt zijn nu gewaardeerde kwaliteiten. Zo wordt het samen koken en daardoor beter en gezonder eten en het mengen van leeftijden en doelgroepen nu ook buiten de zorglandbouw opgepakt. Ook het zorgen voor planten en dieren komt steeds vaker buiten de zorglandbouw voor. Bewoners van zorginstellingen krijgen daarmee prettige activiteiten én structuur, waardoor de kwaliteit van leven toeneemt.

Verdere informatie: jan hassink (jan.hassink@wur.nl; 0317 480576)
Samenvatting van het proefschrift